Een heugelijke, tevens schokkende gedachte was dat mijn eerste ontmoeting met een echt theaterdecor ongeveer veertig jaar geleden moet zijn geweest.
Van de ingenieuze decorconstructie van De prooi sloeg de fantasie van Arjan Kruidhof op hol. Daar kon hij wel iets mee. Vijf jaar na de première van dat stuk is zijn ‘Relaxerette’ bijna klaar. “Al gauw werd het best een groot ding met meerdere hangmatjes.”
VPT-erelid Dhian Siang Lie zei ooit: “Podiumtechniek bestaat niet. Er bestaat alleen techniek, en die kun je toepassen op een podium.” Dus waarom zou je enkel naar middelen grijpen die voor theater bedoeld zijn? Kunst vraagt om een vrije geest – het verlangde effect soms om een verrassende oplossing.
Decorontwerper Thomas Rupert en regisseur Alize Zandwijk vervolgen na 17 jaren bij het Ro Theater hun weg bij Theater Bremen. In hun afscheidsvoorstelling citeert Rupert uit eigen werk. ‘Maar het moet zeker geen zoekplaatje zijn.’
Decors bouwen en breken, en niets meer dan dat. Als voorstelling. Wat voor menig technicus een dagdroom is, nam Theatercollectief Schwalbe serieus. Ze bouwen in de nachtelijke urenelf verschillende decors op en breken ze weer af. ‘Slapen mag.’
Dat het bedrijf dat decors bouwt voor tv-programma’s ook decors kan bouwen voor theatervoorstellingen zal niemand verbazen. Toch gebeurde dat in de praktijk niet. Tot een jaar geleden. De nieuwe leiding van wat ooit het Decorcentrum van de omroep was, is op zoek naar nieuwe markten. En staat nu al bijna op West End.
Om personages in een flits midden op het toneel neer te zetten fabriceerde Toneelgroep Amsterdam een razendsnelle draaideur. Twee grote wielen en een lineair geleider maakten een omwenteling in 1,4 seconde mogelijk. Maud Mentink ging kijken en sprak de eerste inspiciënt. ‘Bij een hogere snelheid ging de riem slippen op de tandwielen’.
Vanuit de zaal zie je glittergordijnen die het toneel afkaderen, een schuine, verhoogde vloer met kunstbont die de orkestbak inloopt en vooral een groot glazen huis van 6 bij 4 meter. Voor de technische ploeg van het Nationale Toneel was dit decorontwerp van Bernhard Hammer voor Drie Zusters een uitdaging om uit te voeren en reisbaar te maken.
Het RO Theater speelde de voorstelling Moeders op het Antalya International Theater Festival in Turkije. Het decor reisde niet mee maar werd in een Turks atelier nagebouwd. Een bewuste keuze, toeval of een nieuwe trend? ‘Je moet dit wel even snappen vanaf het begin,’ zegt John Thijssen.
Werkgroep publiceert brancheregeling over brandveiligheid. Eerder dit jaar verscheen de brancheregeling Brandveiligheid van decors, doeken en decoratiemateriaal. Wat staat erin? Wat is het belang ervan? En wat is de status van dit document?
Iedere vier jaar vindt in Praag een bruisende wereldtentoonstelling plaats over scenografie en theaterarchitectuur. Dit jaar namen zeventig landen deel en trok de Praagse Quadriënnale veertigduizend bezoekers. ‘De PQ is een happening geworden die gaat over levend theater en ontwikkelingen die het ontwerp pur sang overstijgen.’
The four Dutch colleges of stage design have each delegated two bachelor students to the PQ. Monitored by Peter Missotten, they have designed a pavilion that is filled with video projections.
The Prague Quadriennale has changed its name from International Exhibition of Scenography and Theatre Architecture into Performance, Design and Space and focuses in this edition on the art form in the range between design and performance. In the Netherlands this genre in between two worlds exists in many forms – it is alternately called experience theatre, modern mime, location theatre, community art, live art, visual theatre or sometimes does not have any name at all.
Roos van Geffen (1975), Lena Müller (1976), Marloeke van der Vlugt (1971), Theun Mosk (1980).
Stap voor stap en laag na laag hebben we in een reeks nummers van Zichtlijnen kunnen volgen hoe Benno de Vries een achterdoek tot stand brengt. In dit afsluitende artikel gaat het om de laatste details - een reeks effecten die maken dat de op het doek geschilderde afbeelding een suggestieve kracht krijgt en daardoor een effectief middel vormt bij het tot waarheid maken van de theatervoorstelling.
De tocht door het rijk van de decorschilder, waarbij Benno de Vries voor de lezers van Zichtlijnen als deskundige reisleider optreedt, nadert zijn eindpunt. In deze voorlaatste aflevering van zijn artikelenreeks laat De Vries zien hoe een begin gemaakt wordt met de invulling van de architectonische details op het bewerkte en beschilderde doek.
Geen enkele moderne reproductietechniek, hoe geavanceerd ook, kan als het op artistieke kwaliteit aankomt wedijveren met de kunst van het decorschilderen. De decorschilder immers combineert vakkennis en vaardigheid aan persoonlijke inzichten en kan daarom, beter dan welke machine of software ook, bijdragen aan een decorbeeld dat precies past bij de kwaliteit van de voorstelling waarvan het een onderdeel uitmaakt.
Generaties theaterbezoekers hebben zijn werk gezien, al zullen de meesten van hen zijn naam niet kennen. Generaties theaterontwerpers hebben met hem te maken gehad: als vormgever, als auteur of als leraar. En bij hen is zijn naam zeker wél een begrip: Benno de Vries staat voor de verbinding tussen ontwerpfantasie en praktische uitvoerbaarheid.
De werkgroep Historie & Theorie van OISTAT-Nederland is voornemens om in 1998 een bijeenkomst te beleggen met theaterarchitecten, theaterconsulenten, theaterdirecteuren, decorontwerpers, regisseurs en theatertechnici, met als thema: van bouwput tot voorstelling.
In het artikel over het nieuwe decoratelier in Rotterdam, Vorm en Decor, in Zichtlijnen 31, oktober 1993 stond te onrechte vermeld dat Theo Boskamp en Ben van de Knaap de nieuwe eigenaren zouden zijn.
Cornelis Troost, een van de bekendste 18de-eeuwse Hollandse schilders was tevens werkzaam als decorschilder en acteur bij het Amsterdams Toneel. Veel van de ontwerpen voor zijn pastels ontleende Troost aan toneelstukken waarin hij vermoedelijk zelf heeft meegespeeld.
Op 10 februari jl. ging in Het Muziektheater in Amsterdam, de opera La Damnation de Faust van de 19e-eeuwse componist Hector Berlioz in première. De regie van deze productie was in handen van Harry Kupfer, bijgestaan door kostuumontwerper Reinhard Heinrich en decorontwerper Hans Schavernoch.
We kennen allemaal het probleem van een rijdend decor. Niet zozeer om het te laten rijden of op z’n plek te krijgen, maar om het bij stilstand stabiel te krijgen. De typen remmen en blokkeringen die bedacht zijn zijn legio.
Bedankt, binnen enkele minuten ontvangt je een e-mail van ons met daarin een persoonlijke link. Klik op de link om een nieuw wachtwoord op te geven.