De evolutie die livegeluid heeft ondergaan, is ronduit imposant. Van hoornsystemen tot line array’s, van 10 watt tot vele megawatts, van een mengtafel met vijf draaipotmeters tot digitale systemen met netwerken en honderden ingangskanalen.
Bij het voorbereiden van dit artikel realiseerde ik me dat ikzelf veertig jaar lichttechniek belichaam. Rond de tijd van de oprichting van de VPT in 1978 stond ik met Improve op een schoolfeest voor het eerst achter een Zero 88 lichttafel met een schakelpaneel voor effecten.
Ik heb in al die jaren dat ik in het vak zit een voorliefde opgevat voor drie lichtregelsystemen: de ARRI Imagine, de Vari-Lite Virtuoso en LAS van e:cue. Mijn drie favorieten showcontrolsystemen? SAM, Medialon en Pharos. Onderling onvergelijkbaar en je moet het zien in het licht van die tijd.
Het is 1994 als onder de bezielende begeleiding van Dr. ‘Doom’ Randall Davidson en Rinus (Marinus) Bakker een aantal technici in München een van de eerste rigging-cursussen volgt. Het blijkt een bijzondere groep te zijn, want in de tijd erna hebben zijn hun stempel gedrukt op het rigging-landschap in Nederland en daarbuiten.
De samenstelling van de stoffen is gewijzigd, maar het zijn vooral de veranderde aard en omvang van voorstellingen en evenementen die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van theaterdoek. Zichtlijnen ging te rade bij een aantal ondernemers in theatertextiel.
Of het nou bezuinigingen zijn, een nieuwe artistieke of zakelijke leiding of fusies tussen theaters en gezelschappen; invloeden van buiten zijn altijd voelbaar op de werkvloer. Hoe veranderen externe factoren het bestaan van theatertechnici?
De laatste van vier driehoeksborden komt bij het pontje. Bas van Koetsveld (47 jaar) heeft er met de heftruck eerst een blok beton van een kilo of 1000 neergelegd.
Gehoorondersteuning is een groeimarkt, de techniek groeit mee. Er ligt een mooie uitdaging om het gewenste geluid zo schoon mogelijk op te pikken, het ongewenste geluid weg te houden en het signaal vervolgens lip-sync af te leveren bij het publiek.
De vijfde editie van Scandlight. Een klein, maar interessant internationaal symposium op het gebied van lichtontwerp in Malmö. Bastiaan Schoof was een van de sprekers en zag Richard Pilbrow live on stage.
De dansers van de verticale dansgroep Sky Motion hangen regelmatig aan een kabel tegen een muur. Voor de voorstelling Inner Worlds maakten ze de stap naar de vrije ruimte. Aan dunne staaldraden vliegen ze rond in de kap van schouwburg Amphion.
Alleen het beste van het beste was goed genoeg voor de mediatechniek en akoestiek van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Cees Wagenaar ontwierp het en legde het aan. Voor een geluidsontwerper is dit de ultieme speeltuin.”
Het door de EU voorgenomen verbod op lichtbronnen met een lager rendement dan 85 lumen per watt maakt een eind aan alles wat voor publiek en belichters heilig is. Tenzij een uitzonderingspositie voor de entertainmentsector wordt bedongen.
Regisseur en scenograaf van de voorstelling Romeo Castellucci combineert in de voorstelling opera, film en theater met grote projecties op gaasdoeken en live camerabeelden. Drie solisten en een koor van 120 mensen staan op het toneel.
Na de line-check achter de tafel en een rondje luisteren in de zaal met de iPad vraagt Arne Bock aan de bassist of die de microfoon van de percussionist wat beter op het instrument wil richten...
Leeuwarden en eigenlijk heel Friesland zijn culturele hoofdstad van Europa. In het dossier drie verhalen uit deze provincie: De alleskunners van Tryater, theater in een tomatenkas en de hybride trekkenwand van het Posthuis Theater.
Geen rook en geen stralen in de lucht. Lichtontwerper Isabel Nielen gebruikt graag lasers, maar dan juist niet op de geijkte manier. “De operator is gewend aan strak en recht, ik wilde organische vormen.”
Live cinema performance is het handelsmerk van regisseur Katie Mitchell. In de voorstelling La maladie de la mort wordt in real-time een film van een uur gedraaid. Vloeiend glijdt het verhaal van scène naar scène en shot naar shot. De boomoperator op het toneel doet zijn best buiten beeld te blijven.
In deze editie aandacht voor de trekkenwand in Castellum, de ophanging van de line array in Musis Sacrum en de bewegende bruggen in Theater aan het Spui.
Paul van Schaik wil technici blij maken met zijn uitvindingen. Een daarvan, de RF-toolbox, was goed voor de winst bij de publieksprijs voor innovatie op de CUE 2018. Uitdagingen zijn er volop, Van Schaik verzint er graag de oplossingen bij. “Simpeler is beter.”
Geluid van alle kanten
De wens om het publiek met het geluid te omarmen bestaat al langer. Surround sound is een vertrouwde term; het nieuwe buzzword is 3D geluid. Wat kunnen we daarmee in het theater? En wat is object-gebaseerd geluid precies? I TEKST: Jorg Schellekens I
Naadloze prints en opblaasbare echodempers
Vorige zomer is de akoestiek van een van de meest roemruchte concertzalen van Vlaanderen grondig onder handen genomen. Valse wanden met akoestisch doek en wollen schelpen maken korte metten met de galm. I TEKST: Jan Decalf
Alsof het onversterkt is
‘Onhoorbare speakers’ worden ze wel genoemd, de Omniwave speakers. In de voorstelling Beauty en het beest van Maas theater en dans zorgen ze ervoor dat publiek, musici en zangers overal hetzelfde horen. I TEKST: Bas Molenveld I
Sinds kort ligt het ontwerp voor de nieuwe Europese norm voor hijs- en hefinstallaties in de entertainmentindustrie ter inzage. Het uitgelezen moment om er kennis van te nemen, zegt commissielid Gert Jan Brouwer. “Nu kun je er commentaar op geven.”
De trekkenwand barst van de creatieve mogelijkheden. Maar worden ze ook gebruikt? Operators die de grenzen van de machine kennen zoeken die ook op. Toon de Vries is er zo een. “Mijn record is 14.000 bewegingen.”
De meeste bezoekers van de VPT vakmeeting over led in het Singer Theater accepteren dat de overstap naar led onontkoombaar is. Maar vragen zijn er nog volop. Bas Molenveld was erbij aanwezig en noteerde de belangrijkste.
Het aanbieden van zitplaatsen behoort tot de kerntaken van een theater. Toch is de tribune het meest aan de aandacht ontsnapte stukje podiumtechniek. Een inventarisatie voor een tribunedag.
Het grote doorzichtscherm is omgehangen. Daniël Suijkerland (38) trekt het vanaf zijn vaste plek op het linkerzijtoneel even de kap van het Zaantheater in. Dan hangt het niet in de weg bij het inhangen van het licht.
We proberen het gewoon
Drie jaar na het voltooien van hun opleiding slepen Neal Groot en Koen Steger voor de neus van gerenommeerde ontwerpbureaus een prestigieuze opdracht binnen: het decor voor het tv-programma Zomergasten. “Een enorme kans om onszelf te laten zien.” I Tekst: Rebecca van Vuure I
Een hoofd techniek van 17
Nog voordat jonge mensen een opleiding podiumtechniek kiezen kunnen ze op veel middelbare scholen al ervaring opdoen met moving heads, rigging en zenderproblematiek. Leerlingen leggen zelf de lat heel hoog, zoals op het Gerrit van der Veen College. I Tekst: Coen Jongsma I
”Dus je maakt alles zelf?”
Stel vier scenografen die nog niet zo heel lang geleden zijn afgestudeerd dezelfde vraag en ze geven alle vier een geheel ander antwoord. Hoe kijken ze naar hun vak, hoe verhouden ze zich tot de techniek? En hoe ontwerpen ze hun toekomst? I Tekst: Rebecca van Vuure I
Hijsinstallatie als hightech 3D-illusie
Voor een groots 3D-effect moet je het brein goed voor de gek houden. Live Legends bedacht daarvoor een slimme interactie tussen licht, decor en videoprojectie – geholpen door een realtime content engine en een extra zware mediaserver. TEKST: ERIC DE RUIJTER
In de ban van de selfie
Smartphones zijn multifunctionele devices van steeds hogere kwaliteit. Bij True colors doen ze dienst als camera voor een geprojecteerde livestream. Een ingenieuze zet, zo lang je ze op de juiste manier in toom weet te houden. TEKST: NICK KIVITS
Projectie-proeftuin
“Experimenteren met videotechniek is zó belangrijk”, zegt directeur van BeamSystems Jozef Heij. Maar waar kun je dat nog doen? Om die leemte te vullen, besloot Heij met enkele partners uit de branche een proeftuin voor theatermakers te openen. Welkom in het Performance Tech Lab. TEKST: COEN JONGSMA
Aggregaten op het strand
Jaarlijks steken er tijdens Oerol zo’n 50.000 mensen de Waddenzee over naar Terschelling, dat zichzelf dan graag het grootste podium ter wereld noemt. Zichtlijnen sprak met de toneelmeester ervan, David Jansen. “De wind onderschatten we nooit.” I Tekst: Rebecca van Vuuren I
Buiten binnen de normen blijven
Festivals in de buitenlucht geven geluidsoverlast. Maar slimme meetsystemen kunnen precies vertellen hoe de geluidsproductie binnen de normen te houden is. I Tekst: Jorg Schellekens I
Tweehonderd ton in een tent
Lowlands, hét toonaangevende zomerfestival in Nederland, bestaat 25 jaar. En dat is een mooi moment om te reflecteren. Twee nieuwe tenten en een nieuwe terreinindeling zijn het gevolg. Zichtlijnen kijkt alvast onder het tentdoek door. I Tekst: Koen Koch I
De zendertechnicus die heen en weer lopend op het zijtoneel tegelijkertijd moet luisteren, overleggen en patchen heeft er een bondgenoot bij, het softwarepakket Listen; ontwikkeld door een net afgestudeerde geluidstechnicus.
Kris Verdonck is beeldend kunstenaar, architect en theatermaker, die naam maakt met heftige, donkere projecten. “De techniek is het begin- en eindpunt en dicteert de rest”, zegt zijn technische man. Eric de Ruijter bespreekt Verdoncks recente werk.
Explorer/Prometheus ontketend is een coproductie van het in ‘scientific fiction’ gespecialiseerde Vlaamse CREW en het Rotterdamse performancecollectief Urland. Met een motiontrackingsysteem en een oneigenlijk gebruikte game engine bouwen ze ter plekke een soort Second life.
In Zichtlijnen 171 zette theateradviseur Huub Huikeshoven uiteen welke invloed de komst van bewegende ledarmaturen kan hebben op de inrichting van en de werkwijze in theaters. Drie lichtontwerpers reageren.
Eind januari 2017. In Theater Castellum in Alphen aan den Rijn is de VPT-vakmeeting Hijstechniek. Gastheer en Zichtlijnen- collega Koen Koch (midden), die dit jaar zijn 25-jarig jubileum in het vak beleeft, loopt aan het eind van het ochtendprogramma even naar het zijtoneel, waar technici Sander Visser (links) en Jeroen van Dort (rechts) achter de knoppen van de toneelinstallaties zitten.
De gelegenheid om meer dan twintig mengtafels naast elkaar te zien doet zich niet zo vaak voor. Op de VPT Vakmeeting Audio in de Ziggo Dome in december kon het. Frans Roovers is erbij en deelt de belangrijkste inzichten.
Als grenzen verleggen de essentie van cabaret is, dan hield Micha Wertheim zich daar met zijn laatste show perfect aan. Want: hij was er niet. Zijn technici maakten samen met het publiek de voorstelling. Dat betekende naast licht, geluid en decor soms óók crowd control.
Amphitryon is een stuk van de Franse schrijver Molière, gebaseerd op een blijspel van de Griekse schrijver Plautus en daarmee in feite een eeuwenoude in-de-kast-uitde- kast met veel liefde, veel misverstand en een goed einde.
Het is nu tien jaar geleden dat de handtrekkenwand werd verboden. Een besluit met ingrijpende gevolgen. Wat heeft dit ons gebracht en wat ligt er nog in het verschiet? Eric de Ruijter maakt de balans op.
Bewegende ledspots stel je met behulp van de computer, niet vanaf een lichtbrug. Volgens Huub Huikeshoven gaat dat veel gevolgen hebben. Niet alleen voor onze werkwijze, maar ook voor het ontwerp en de infrastructuur van theatergebouwen.
Het Nederlandse theaterlandschap heeft er een opvallende heuvel bij. In Emmen opende het ATLAS Theater. Coen Jongsma kijkt achter de schermen en noteert enkele primeurs: een hybride portaalzone en een douche bij het laadperron.
Ze bezorgen pizza’s, verjagen vogels en zijn de kekke opvolgers van radiografisch bestuurbare vliegtuigjes. Maar theatermakers zouden geen theatermakers zijn als ze voor drones geen kunstzinnigere toepassing zouden bedenken. Eric de Ruijter duikt in deze vliegende techniek boven het podium.
Selfmade geluidsontwerper Jimi Zoet maakt opvallende creaties. Geschoold om zelf op het toneel te staan, besloot hij zich volledig op geluid te richten. “Van een willekeurige soundbite kun je via samplers weer een nieuw instrument maken.”
Met Groot wild plaatste theatergezelschap Afslag Eindhoven deze zomer mens tegenover machine. Een stierengevecht met trucks, boordevol techniek en op afstand bediend. “Het bleek verrassend makkelijk om je de vrachtwagen voor te stellen als een levend wezen.”
Het lichtfestival GLOW in Eindhoven is in tien jaar uitgegroeid tot een groot evenement dat vele duizenden bezoekers trekt. Maar GLOW is ook een onderzoekslaboratorium. Maud Mentink sprak met projectmanager Robbert ten Caten en creative leader van GLOW Next Rombout Frieling over de kunst van het vernieuwen in een technologisch broeinest.
Een treinreis van drie dagen via een geheime route door Europa met musici, theatermakers, schrijvers, films en intellectuelen. Een fantastische combinatie – en productietechnisch een ongekende uitdaging. Hoe je met te weinig tijd, te weinig geld en te weinig slaap met zevenhonderd mensen door Europa reist.
Tijdens de laatste editie van het Holland Festival was het Britse theatergezelschap Complicite te gast met The Encounter: een solo van artistiek leider Simon McBurney met een wel heel bijzonder geluidsontwerp. Jorg Schellekens dompelt zich onder in een totaalervaring.
Verlangen naar een ledloze wereld is geen optie meer. Nieuwe producten blijven komen, ontwerpers en technici ontdekken mogelijkheden, directeuren ruiken kostenbesparingen en leveranciers zien een groeimarkt. Een bezoek aan de door de VPT georganiseerde leddag was voor iedere betrokkene bij aankoop of gebruik van ledlicht een nuttige investering.
Het Rotterdamse poppodium Annabel opende in november 2015 de deuren, zónder subsidie. Leonor Faber-Jonker sprak hoofd techniek Jeroen van Dorsten over de technische faciliteiten van het grondig gerenoveerde podium. ‘Eens in de drie, vier maanden hangen we alle lampen anders, alsof je een kerstboom opnieuw optuigt.’
Voor slechthorenden klinkt muziek thuis vaak beter dan in de concertzaal. De oorzaak daarvan is dat hoortoestellen en zaalsystemen zijn ontworpen voor verbetering van spraakverstaanbaarheid, niet voor muziek. Ervaringsdeskundige Gerard van der Ploeg pleit ervoor om de lat hoger te leggen.
Van een regeninstallatie in een voorstelling kijken we nauwelijks nog op. Voor De Stille Kracht hing Toneelgroep Amsterdam een beweegbare brug van vijf ton in de kap en verwerkte daarin zeven verschillende watereffecten. En: ‘Al dat water bleek toch behoorlijk wat geluidsoverlast te veroorzaken.’
In januari bespraken we 25 apps voor podiumtechnici. Daar ontvingen we veel positieve reacties op, daarom bespreken we er graag nog meer!
Het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam heeft een professioneel in-ear systeem aangeschaft voor slechthorenden als vervanging voor de infraroodinstallatie. ‘Ik heb in dertig jaar niet meer zo genoten van een concert.’
Om personages in een flits midden op het toneel neer te zetten fabriceerde Toneelgroep Amsterdam een razendsnelle draaideur. Twee grote wielen en een lineair geleider maakten een omwenteling in 1,4 seconde mogelijk. Maud Mentink ging kijken en sprak de eerste inspiciënt. ‘Bij een hogere snelheid ging de riem slippen op de tandwielen’.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg opende 11 december zijn deuren. Hier gaan het Militaire Luchtvaartmuseum Soesterberg en het Legermuseum Delft samen verder. Rapenburg Plaza ontwierp en installeerde alles wat licht geeft en geluid maakt en houdt op afstand in de gaten of het werkt. ‘We moeten uitkijken dat we niet doorslaan.’
Het was druk bij de themadag in januari over hijsen en heffen. Ruim 125 mensen kregen in het Energiehuis in Dordrecht een overzicht van alle geldende regels en normen. De zaal roerde zich flink. ‘Het systeem is zo goed als de operator, en niet andersom!’
De acteurs in De laatkomer van het Noord Nederlands Toneel dragen niet zozeer in-ears om alles goed te kunnen horen, maar eerder om verwarring te zaaien. ‘Met geluid wilden we laten horen wat er in het hoofd van een dementerende omgaat,’ zegt geluidstechnicus Peter Zwart.
De distributie van audio loopt tegenwoordig vrijwel altijd over een netwerk. In dit artikel een overzicht van protocollen, veel gebruikte begrippen en de nieuwste ontwikkelingen.
Zendermicrofoons komen steeds meer in de knel te zitten. Wat is de stand van zaken? Wat kunnen we doen? Hoe staat de Nederlandse overheid hierin? Daarover ging de Themadag Zenderfrequenties op 25 november. We waren te gast bij Omroep Flevoland
Apps kunnen het leven van de technicus of ontwerper een stuk gemakkelijker maken. Het lijkt soms of iedereen de meest relevante apps al kent, maar bij navraag blijkt dat mee te vallen. Daarom hieronder vijfentwintig veel gebruikte apps.
Han de Jonge heeft als een van de eersten in Nederland ervaring opgedaan met digitale microfoons bij zowel opname als zaalversterking. ‘Ik wil mijn nek wel uitsteken om te laten horen wat het op kan leveren,’ zegt hij.
Bij de inhuldiging van Willem-Alexander en Maximá als koning en koningin was een van de spannendste opgaven voor de techniek om alle draadloze apparatuur in de lucht te zetten. Met drie maanden voorbereiding, goede onderlinge samenwerking en controle ter plekke is het gelukt. Roland Mattijsen: ‘De grenzen van dit soort grote evenementen komen in zicht.’
Tijdens de InfoComm 2014 in Las Vegas heeft Audinate de nieuwe Dante Via software aangekondigd, waarmee je Macs en PC’s als I/O devices kunt gebruiken.
Martin Professional heeft een soft lens uitgebracht om de Quantum Wash te optimaliseren voor theater.
Hoe goed je geluidssysteem ook is, als de tijd ontbreekt om het op te bouwen heb je een probleem. Voor het Koninklijk Concertgebouw bedachten Jan Panis en Koen Keevel een oplossing die in een uur gebruiksklaar is.
In het Parktheater hangt sinds augustus een ledhorizon in de grote zaal. Dankzij een netwerkje en negentig presets kun je de horizon met één kanaal bedienen. Technici Bram den Haan en Paul Vlemmix lichten toe.
Iedereen denkt dat je het milieu vooruit helpt door conventioneel theaterlicht te vervangen door ledlicht. Maar harde gegevens zijn er nauwelijks. In Seattle heeft een theater het energieverbruik van het theaterlicht gedurende een seizoen onderzocht. De conclusies zijn opmerkelijk.
Het Paleis van Boem timmert aan de weg met muziek en geluidsdecors voor toneel, film, exposities en dans. ‘Je hebt wel eens dat je achteraf iets hoort en denkt: hoe hebben we dat nou kunnen doen?’
In juni was er een VPT-themadag in de Efteling over showcontrol en gebouwbeheer. Die blijken in het sprookjespark in grote mate geïntegreerd.
Trajectum Lumen is een theatrale lichtkunstroute in de binnenstad van Utrecht. Op 20 april organiseerde de VPT een activiteit met presentaties door de ontwerpers en een rondwandeling langs de werken.
Via OISTAT was Henk van der Geest de afgelopen jaren bij verschillende activiteiten in China betrokken. Hier deelt hij indrukken en ideeën.
Trackingsystemen zijn niet nieuw. Maar BlackTrax zou een grote nieuwe stap in de ontwikkeling kunnen betekenen.
De themadag hijstechniek ging over twee belangrijke stappen die de sector heeft gezet. Het BICKT document schept duidelijkheid over normen en regels voor hijsinstallaties. En er komt een Basiscursus Hijsen en heffen.
In de maanden rond de jaarwisseling was Amsterdam het decor voor tientallen lichtkunstwerken van toonaangevende kunstenaars en bijzonder aangelichte historische panden, bruggen en boten. Tiedo Wilschut nam voor Zichtlijnen een kijkje achter de schermen van dit nieuwe festival dat Nederland sinds deze winter rijk is en bespreekt drie bijzondere kunstwerken.
Op 30 november 2012 heeft Agentschap Telecom het bericht op de website geplaatst dat draadloze microfoons met ingang van 1 januari 2013 mogelijk storing gaan ondervinden. Het is de officiële bevestiging van wat onder professionele gebruikers bekend is maar onder het grote publiek nog volstrekt niet.
Het Paleis van Boem timmert aan de weg met muziek en geluidsdecors voor toneel, film, exposities en dans. ‘Je hebt wel eens dat je achteraf iets hoort en denkt: hoe hebben we dat nou kunnen doen?’
Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van motion control maken het mogelijk om objecten bewegingen te laten maken met behulp van takels, lieren en trolleys waarbij niet de motoren, maar de gewenste driedimensionale beweging van het object centraal staat. Een nieuwe manier van denken met nieuwe mogelijkheden voor ontwerpers.
Licht en multimedia hangen in het Scheepvaartmuseum aan een omvangrijk showcontrol systeem. Een kleine vierduizend armaturen en enkele honderden videoplayers, projectoren, beeldschermen en touchscreens worden hiermee aangestuurd. Een innovatief railsysteem voorziet alle apparatuur van spanning en elk spotje van DMX.
De Duitse geluidsontwerper en kunstenaar Hans Peter Kuhn gaf begin dit jaar een lezing tijdens de vakbeurs CUE 2012 en het jaar daarvoor tijdens de PQ in Praag. Jorg Schellekens was er beide keren bij en sprak met Kuhn over zijn samenwerking met Robert Wilson en zijn bijzondere geluids- en lichtinstallaties.
Fred Foster is de hoogste baas van ETC, fabrikant van onder meer dimmers en armaturen. Hij roept iedereen in de sector op om te vechten voor de lichtkwaliteit die we de afgelopen decennia hebben weten te bereiken.
De nieuwe tentoonstellingen in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam nemen de bezoeker op interactieve wijze mee op een ontdekkingsreis door de historie van de scheepvaart. Het theatrale karakter van de tentoonstellingen daagde lichtontwerpers Kees van de Lagemaat en Niko van der Klugt uit tot het maken van een innovatief theatraal lichtontwerp gebaseerd op de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van leds.
We gebruiken in onze sector steeds meer draadloze apparatuur zoals microfoons, in-ear monitors, draadloze intercom en draadloze camera’s. De frequenties die wij hiervoor gebruiken staan onder druk. Europees is geregeld (al jaren geleden) dateen deel ervan zal worden geveild aan de telecomproviders, zodat iedereen in Europa toegang krijgt tot snel mobiel internet. In Nederland zitten we op dit moment in een overgangssituatie.
Coaching van jonge lichtontwerpers is een van de activiteiten van het instituut Lichtontwerpen. Het vijfjarig bestaan is aanleiding voor een gesprek met oprichter Henk van der Geest en coördinator Isabel Nielen.
Philips was de afgelopen maanden in het nieuws met innovatieve projecten zoals de ledverlichting voor De Nachtwacht en lichtkostuums voor de Black Eyed Peas. Lichtontwerper Rogier van der Heide was nauw betrokken bij beide projecten. Hij is sinds maart 2010 Chief Design Officer bij Philips Lighting. Als ontwerper is hij genomineerd voor de Rotterdam Design Prijs 2011.
In Nederland is een convenant afgesloten over het maximale geluidsniveau bij versterkte muziek, in Vlaanderen heeft de regering besloten om zelf het maximale geluidsniveau vast te stellen. De regeling gaat gelden voor concertzalen, discotheken, theaters en festivals en alle plaatsen waar versterkte muziek ten gehore wordt gebracht.
Op theatertechnisch gebied zou dit jaar wel eens de boeken in kunnen gaan als het begin van een ‘pionierstijd’, aldus hoofd techniek Ronvan Dijk. In het streven naar een duurzamer theater is een groot deel van de op halogeen gebaseerde theaterverlichting vervangen door ledarmaturen. Het beoogde resultaat is een forse besparing op het energieverbruik.
Bij de inrichting van de nieuwe zaal van de Muziektheateracademie van Codarts Hogeschool voor de Kunsten in Rotterdam was duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt. De Muziektheateracademie was voorheen gevestigd in een pand aan de Voorschoterlaan. Toen dit verkocht werd was een ruimte gewenst in het hoofdgebouw aan het Rotterdamse Kruisplein. Hier zijn twee bestaande ruimtes samengevoegd om een nieuwe zaal te creëren. Hoofd techniek Gerben van der Weert vertelt.
Over de blootstelling van het publiek aan geluid bestonden nog geen afspraken. Dat is nu veranderd. In mei is een convenant ondertekend door evenementenmakers, poppodia en de Nationale Hoorstichting. De verwachting is dat ook andere partijen zich aansluiten.
The four Dutch colleges of stage design have each delegated two bachelor students to the PQ. Monitored by Peter Missotten, they have designed a pavilion that is filled with video projections.
Roos van Geffen (1975), Lena Müller (1976), Marloeke van der Vlugt (1971), Theun Mosk (1980).
Chris van Goethem en Rob van Ertvelde deden in het driejarige LiViDat project (Live Video en Data projectie) onderzoek naar het gebruik en de taal van bewegend beeld in theater. Het onderzoek werd uitgevoerd voor het kenniscentrum podiumtechnieken van de RITS (Erasmus Hogeschool Brussel).
Een broodrooster die kan rijden en tegelijk toast kan afschieten, een gamecontroller die beweging herkent, het licht bedienen met een iPad. Met dat soort dingen houdt acteur en slapstickspecialist Neal Lewis zich bezig. Hij bestuurt objecten en koppelt ze aan acties, gebeurtenissen en menselijke beweging.
De winst bij energiezuinig licht valt niet te halen in gewicht, bekabeling of op- en afbouw. Die zijn vergelijkbaar met een conventionele set. De grote winst zit hem in het energieverbruik: het aangesloten vermogen van de conventionele set is 141 kW tegenover de duurzame set 24 kW. Het advies van Hugo van Uum aan gebruikers, theaters, gezelschappen: ‘Start met onderzoek! Weet wat je per productie verbruikt. Onderzoek waar je snel resultaat kunt boeken.
Hoeveel energie kunnen we besparen met nieuwe, energiezuinige armaturen? Hoe goed zijn ze voor het belichten van een voorstelling? Hoe beleeft het publiek dit licht? Wat is het artistieke oordeel? De VPT organiseerde een onderzoeksproject. In dit nummer van Zichtlijnen een samenvatting van de resultaten.
Hoeveel energie kunnen we besparen met nieuwe, energiezuinige armaturen? Hoe goed zijn ze voor het belichten van een voorstelling? Hoe beleeft het publiek dit licht? Wat is het artistieke oordeel? De VPT organiseerde een onderzoeksproject. In dit nummer van Zichtlijnen een samenvatting van de resultaten.
Onderzoek naar energiezuinig licht is meer dan het meten van de lichteigenschappen en stroomverbruik. Uiteindelijk staat of valt alles met het subjectieve oordeel van het publiek, de ontwerpers en de artistieke staf. Daarom stond op 3 november in Rotterdam die subjectieve beleving centraal.
Hoe staat het met de trekkenwanden in de theaters? Met het onderhoud? Waar lopen de operators tegenaan? Daarover ging de themadag Hijstechniek in theaters op 4 oktober in de Schouwburg Almere. Een impressie door Pauline Beran.
In het vierde en laatste deel van deze serie behandelen Gerben van der Weert en Andi Krijgsman de werking en de praktijk van transparante netwerken en lichtnetwerken. Wat zijn de voor- en nadelen? Hoe ga je er mee om? Waar loop je tegenaan in de praktijk?
De VPT organiseert een groot onderzoek naar de technische neartistieke aspecten van duurzame theaterbelichting. Begin december volgt een symposium. Projectcoördinator Hugo van Uum licht toe.
Bij de voorstelling Nacht dragen de toeschouwers koptelefoons. Tekst, muziek en regie is van Thibaud Delpeut, het geluidsontwerp is van Pim van den Heuvel. Met Coen Jongsma spreken zij over het hoe en waarom van de voorstelling, de soundscapes en de achterliggende techniek.
Foutzoeken in een ethernet netwerk is voor theatertechnici geen dagelijkse kost. Rolf Dijkstra (Audiopro) zei dat een jaar geleden tijdens de VPT-ledendag in 2009, toen hij als leverancier een presentatie gaf in de Rabozaal van de Stadsschouwburg Amsterdam.
Veelzijdiger en creatiever dan Henk de Vries kom je ze niet vaak tegen. Na een internationale carrière als goochelende clown werd hij bedenker van shows, leverancier aan evenementen en erkend specialist in vuurwerk en effecten. Jorg Schellekens sprak met hem in Wolvega.
We kondigden in het vorige nummer al aan dat Midas de PRO3, PRO9 en XL8i heeft uitgebracht. Voor de theaters zijn met name de PRO3 en XL8i interessant. De XL8i is in wezen dezelfde als de XL8 maar dan bedoeld voor vaste installaties. De PRO3 is de best betaalbare tafel in de PRO-serie, met de bekende Midas sound en net als de PRO6 en de XL8 voorzien van VCA’s en POPulation groepen, in plaats van de meerdere layers of pagina’s zoals veel andere tafels. Hij wordt geleverd inclusief effecten (waaronder de Klark Teknik DN780 reverb), graphic EQ, processing en compressors. De PRO3 heeft 48 ingangen (remote control mic), 27 bussen, 24 kanalen in monitor mode. Hart van de PRO3 is het nieuwe DL251 Input/Output rack (SHE). Als de gebruiker zou willen kan hij dit later upgraden naar het PRO6 systeem of de 88-kanaals versie van de PRO9. De PRO3 is de kleinste van de serie, zonder flightcase 136 cm breed en ruim 90 cm diep, als gewicht geeft Midas 97 kg.
Het Platform Operators (PON), een initiatief van trekkenwandoperators gesteund door de Vereniging voor Podiumtechnologie, wil meer te weten komen over de berekende maximale gelijktijdigheidsfactor van de trekkenwanden.
Op 18 juli was de eerste World Listening Day. Om dat te vieren organiseerde de OISTAT Sound Design Working Group een online ‘tentoonstelling’ onder de naam Sixty Second Theatre. Geluidsontwerpers werden uitgenodigd om een opname van 60 seconden te maken met momenten uit hun leven in de week voorafgaand aan de 18e juli. Het resultaat is te beluisteren op internet.
Het project wil de praktijk van het luisteren stimuleren – luisteren heeft alles te maken met de wereld om ons heen en hoe wij ons daartoe verhouden. Geluidsontwerpers zijn continue bezig met luisteren, alleen al omdat zij bepaalde geluiden wellicht ooit willen gebruiken in een voorstelling. De World Listening Day is gekozen op 18 juli omdat het de geboortedag is van de Canadese componist R. Murray Schafer. Hij is een van de grondleggers van de Acoustic Ecology beweging met zijn boek Soundscape: The Tuning of the World. De opnames zijn te besluiteren op www.theatresound.org/world_listening_day.htm.
Op de twee bijdragen in Zichtlijnen 129 en 131 over het gebruik van blauwlicht in de theaters is nog een belangrijke toevoeging mogelijk in hoe onze hersenen zorgen voor adaptatie.
In deel drie van deze serie bespreken Gerben van der Weert en Andi Krijgsman Art-Net en ACN. Art-Net is op dit moment de meest gebruikte manier om DMX over ethernet te versturen. ACN heeft alles in zich in de toekomst een nieuwe standaard te worden.
In het tweede deel van deze serie gaan we dieper in op ethernet. Eerst de hardware, dan de adressering. Het deel over de adressering heeft een hoog ICT-gehalte. Maar weten hoe die adressering werkt is cruciaal voor een goed begrip van ethernet en helpt in de praktijk om fouten te voorkomen en op te lossen.
Lichtontwerper Enrico Bagnoli kent de theaterculturen van Italië, Nederland en België. Hij heeft samengewerkt met Thierry Salmon, Luk Perceval en Guy Cassiers. Geert Sels interviewt hem. ‘Ik kom uit een cultuur waar men op de gekste invallen drijft.’
Op het artikel Blauwlicht onder het mes (Zichtlijnen 129) kwam een reactie van Sanne Cohen, naar aanleiding van haar bevindingen tijdens het schrijven van haar eindexamenscriptie Attentie, werklicht! (OTT Amsterdam, 2002). Sanne merkt op dat het gebruik van blauwlicht mogelijk verklaarbaar is doordat de staafjes en kegeltjes maximale gevoeligheid kennen bij verschillende golflengtes. Echter wij interpreteren dit verschil toch anders.
In een land van regen en rivieren is het geen wonder dat theatermakers graag met water werken. Verwonderlijk is eerder dat er nog geen technische handleiding voor bestond. Zinzi Kemper heeft nu in zijn scriptie voor de Theaterschool in Amsterdam alle informatie over het werken met water bij elkaar gebracht. Dit artikel gaat over de belangrijkste do’s and don’ts, de volledige scriptie staat op de website.
Argumenten en alternatieven voor geluidstechniek in de zaal
In het theater hebben bezoekers nogal eens last van de geluidstechniek midden in de zaal. Moet die technicus daar nu echt zitten? Kan het ook anders? Begin maart organiseerde Huub Huikeshoven (Theateradvies bv) een rondetafelgesprek met de Werkgroep Geluid van de VPT. De geluidstechnici staken de hand in eigen boezem. Maar ook de ontvangende theaters kunnen veel meer doen. 'Er is een cultuuromslag nodig.'
De toekomst is aan ethernet netwerken, ook in de lichttechniek. De techniek op zichzelf om DMX over ethernet te sturen bestaat al lang. Maar veel theatertechnici zijn huiverig om eraan te beginnen. In samenwerking met Rotterdamsebelichters.nl publiceert
Zichtlijnen daarom deze serie, bedoeld voor iedereen die vertrouwd is met DMX en aan de slag zou willen met DMX over ethernet.
De jonge ontwerper Yvon Muller was de allereerste deelnemer aan het tweejarige coachingstraject van het Instituut Lichtontwerpen. Omdat dit in Nederland een unieke vorm van coaching is, vroeg Zichtlijnen haar om een persoonlijk verslag. Hoe is zij in dat traject gerold, wat zijn haar ervaringen en in welke richting ontwikkelt haar werk zich?
Dit is het tweede artikel over showcontrol. In het eerste deel (ZL 128) zijn begrippen geïntroduceerd zoals centrale en decentrale showcontrol, open loop versus closed loop, de verschillende topologieën, protocollen en ethernet. In deel twee: wanneer gebruik je showcontrol, hoe zit het met tijdsplanning, medewerkers en budgettering, en welke showcontrollers zijn er? De twee artikelen vormen samen een inleiding op het onderwerp naar aanleiding van de presentatie over showcontrol die Rutger van Dijk van Rapenburg Plaza vorig jaar gaf voor technisch producenten.
Blauwlicht rond het toneel is een gegeven. Waarom de kleur blauw? Kun je de peertjes zomaar vervangen door ledlicht? Hoe zit het met arbo? Leon van Zuijlen en Koen Koch zetten de hun beschikbare kennis op een rij en stellen vragen.
Barney Broomer is een duizendpoot en een specialist. Hij is thuis in geluid, video, programmeertalen en draadloze verbindingen. Zijn jongste project is Cosmic Sensation, een grote koepel waar geluid, licht en beeld reageren op kosmische straling.
Van showcontrol weten veel mensen een klein beetje en een paar mensen alles. Rutger van Dijk hoort bij de laatste. Tijdens een studiedag gaf hij een uitgebreide presentatie, als inleiding op het onderwerp. Dit is het eerste deel van het verslag, in de volgende Zichtlijnen deel twee.
Wat is er gaande? Binnen een paar jaar verliezen wij een groot gedeelte van de ruimte waarin zendermicrofoons en oortjes op dit moment nog opereren. In heel Europa worden de frequenties tussen 790 en 862 MHz exclusief bestemd voor mobiel breedband internet. De verwachting is dat in Nederland deze frequenties in 2010 worden geveild en dat ze in 2012 voor ons verloren gaan.
De Flint in Amersfoort heeft in augustus de geluidsinstallatie in de grote zaal grondig vernieuwd. Anderhalf jaar geleden begonnen ze met het hele proces. Hoe ze het hebben aangepakt is leerzaam.
Noorderzon staat voor theater, muziek en multimedia. Het hart van het festival ligt in het Noorderplantsoen. Rond het park is het verrassend stil. En natuurlijk is duurzaamheid een thema. Coen Jongsma sprak met hoofd techniek Patrick Binee.
In de Gashouder werkte Jan Panis met het Bloomline luidsprekersysteem. De man achter dit concept is Leo de Klerk, opnameleider en studiotechnicus. ‘Bij stereo heb je het beste geluid wanneer je op gelijke afstand van de luidsprekers zit’, zegt hij. ‘Dat komt omdat we in het horizontale vlak twee-orig zijn. We horen binauraal.’ De minieme verschillen in geluid tussen ons linker- en rechteroor zijn voor de hersenen voldoende om te bepalen waar het geluid vandaan komt. Als nu twee luidsprekers hetzelfde geluid weergeven, dan lijkt het geluid uit een punt te komen ergens tussen de luidsprekers in. Het komt als het ware los van de luidsprekers, vandaar het begrip fantoomgeluid.
Groot enthousiasme was er in juni over het geluid in de Gashouder op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam. Tijdens het Holland Festival werd daar het complete werk van de Franse componist Edgar Varèse uitgevoerd. Niemand had verwacht dat het in die enorme ronde ton zo perfect zou klinken. Geluidsontwerper Jan Panis kreeg het voor elkaar.
Twee jaar geleden, op 11 juni 2007, werd tijdens een drukbezochte VPT-bijeenkomst teruggekeken op een van de grootste operaties in de geschiedenis van de Nederlandse theatertechniek: de mechanisering en automatisering van alle hijsinstallaties. De hoofdsponsors waren Roden Staal, Stakebrand en Trekwerk. Wie toen voorspeld had dat twee van die drie failliet zouden gaan, zou voor gek zijn verklaard. Toch is dat gebeurd. Uit Roden Staal is het nieuwe bedrijf DTS2 ontstaan. En Stakebrand is nu een zusterbedrijf van... Trekwerk. Wat betekent dit voor de klanten? Hoe staat het met de garantie? Worden de restpunten nog afgehandeld? Hoe staat het met de service van de besturing? Gerbrand Borgdorff sprak met de nieuwe eigenaars.
De studiedag over videoprojectie op 23 februari trok 125 bezoekers naar Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De dag liet zien hoe actueel en veelzijdig het onderwerp projectie is en hoe snel de ontwikkelingen gaan.
Eboman kan met zijn SensorSuit live video bewerken en monteren. Maar de werkelijke vernieuwing zit hem niet in zijn witte pak maar in de software die hij met dat pak aanstuurt. ‘Met deze software kun je video als een volwassen medium in de voorstelling integreren.’
De themadag Van popconcert tot opera werd gehouden in Muziekcentrum Vredenburg Leidsche Rijn op 15 september 2008. De dag gaf een overzicht over wetten, regels en normen en zo ongeveer alle experts uit de sector werkten mee. Hier concentreren we ons op de belangrijkste aanleiding voor de dag, de presentatie van de nieuwe Europese CWA25.
In de donkere maanden november en december speelde de Veenfabriek de voorstelling Licht is de machine. Het grote thema was utopie. Ook de locatie was groot, een hangar op de voormalige militaire vliegbasis Valkenburg bij Leiden. Beeldend kunstenaar Joost Rekveld en ontwerper Theun Mosk namen de vormgeving en het lichtontwerp voor hun rekening. ‘Een hal als deze is geen bijzondere architectuur die je voorzichtig moet benaderen. Het is gewoon banaal groot.’
Eindelijk initiatief voor belangenvereniging Het gaat iedereen treffen. Theater, televisie en radio, maar ook popfestivals, musicals en sportwedstrijden.
In de video- en datawereld is crimp-technologie al lang gemeengoed, in de audio-industrie moest het nog ontdekt worden. Dat is nu gebeurd. Neutrik komt namelijk met een XLR-connector in crimpuitvoering.
De nieuwe 19”-splitter van ELC is voorzien van 2 DMX-ingangen die naar keuze verdeeld kunnen worden naar 8 uitgangen. Voor inbouw in dimmerracks zit er een negende uitgang op de achterzijde.
‘Ik druk op cruise. Vele malen gestresster dan ik vroeger aan het touw trok’
Den Haag. We staan met Rouw siert Elektra in de Koninklijke Schouwburg. Bijna een jaar geleden.
Willem: ‘hé Niko, jij hebt nu toch je BMT-diploma, ga d’r maar achter hoor, doe je eigen changement maar!’
Alle technici op het toneel lachen. Ik lach als een boer met kiespijn.
Op elk podium van opera tot rock ’n roll zie je ze, de poten, friezen en achterdoeken, kortom de afstopgordijnen. Of liever gezegd: je zou ze eigenlijk niet moeten zien. Want ze zijn niet voor niets zwart. Maar is zwart wel zwart? En is zwart textiel steeds ‘onzichtbaar’?
Over één ding zijn we het met elkaar eens. Een trekkenwand moet veilig zijn. Maar wat is nu eigenlijk veilig? En wat maakt de ene trekkenwand veiliger dan een andere? Hoe kwantificeer je veiligheid? Wat wordt bedoeld met aanvaardbare risico’s en welke rol spelen normen daarbij? En hoe waardevol blijkt het certificaat te zijn?
In Arnhem komt het Nationaal Historisch Museum, pal naast het Openluchtmuseum. Het nieuwe museum zal aan de hand van de historische canon gaan vertellen hoe het de mensen in deze rivierdelta vanaf de prehistorie is vergaan. Intussen maakt in Amsterdam de nieuwe directeur van het Theater Instituut Nederland zich op om het huidige onderkomen te verlaten. Hij richt zich op de realisatie van een nieuw Museum voor de Podiumkunsten. Dat duurt nog even, maar intussen gaat het Theater Museum alvast op reis. Tentoonstellingen door heel Nederland. In Hilversum kreeg de televisiegeschiedenis onlangs een prachtig gebouw voor Beeld en Geluid op het Mediapark. Het Filmmuseum komt over een paar jaar in een spectaculair gebouw in Amsterdam-Noord. Geschiedenis is in, verzamelen is hot.
Het Muziektheater in Amsterdam beschikt sinds enkele maanden over zogenaamde AGV’s, Automatic Guided Vehicles, of voor de taalpuristen onder u Automatisch Geleide Voertuigen. Daarmee heeft het theater zoals wel vaker een primeur in huis die ook voor andere theaters en theatermakers interessant is. Huub Huikeshoven geeft uitleg.
In de twee vorige nummers ging Coen Jongsma in op de vraag wat bedoeld wordt met digitaal licht en wie verantwoordelijk is voor het beeldmateriaal. Deze keer concentreert hij zich op de vraag wat lichtontwerpers er in de voorstelling mee kunnen doen.
De voorstelling Amadeus in de regie van Matthijs Rümke speelde in tien theaters door heel Nederland met Jeroen Krabbé als Salieri en Marc-Marie Huybregts als Wolfgang Amadeus Mozart.
Iedere theatervoorstelling verdient een geluidsontwerper, stelt Jorg Schellekens. Alleen, wat verstaan we daar eigenlijk onder? Wat voor functie heeft die geluidsontwerper? In dit artikel probeert hij een antwoord te vinden zonder geluidsontwerpers in allerlei hokjes te stoppen.
De Vakbeurs Theatertechniek, dit jaar voor de tiende keer georganiseerd, was een succes. Het tweede lustrum werd gevierd in de Scheldehal van Ahoy’ Rotterdam. De Statenhal van het Congresgebouw in Den Haag was niet langer beschikbaar en daar hoeft niemand rouwig om te zijn.
De sterren van de hemel, de kunst van het toneelspelen - Hans van den Bergh en Spanning in de buitenlucht - Lykle Hemminga
Tijdens de Vakbeurs Theatertechniek presenteerde Cees Wagenaar zijn plannen voor een opleiding geluidsontwerp. Hij wil mensen bij elkaar brengen en partners vinden om zo’n opleiding van de grond te krijgen. Eerste vraag: wat is het doel van zo’n opleiding?
Themadagen VPT tot en met oktober 2006, VPT-lezingenprogramma op Vakbeurs Theatertechniek succesvol verlopen en Nieuwe leden VPT
Flexibel podium van hefplateaus in De Doelen - In De Doelen in Rotterdam werd vorig jaar tijdens de zomerstop een nieuw podium gebouwd op basis van hefplateaus. De operatie is onderdeel van een ingrijpende renovatie die in fasen wordt uitgevoerd.
Er worden in dit land heel wat papieren geproduceerd, verplaatst en in archieven gestopt, die als ‘certificaten’ worden aangemerkt. De roep om certificering loopt van veilig geproduceerd voedsel via kwaliteitsvaste producten tot aan gegarandeerde opleidingen. Ook voor hijs- en hefmiddelen is er de roep om een garantie van veiligheid vast te leggen in een certificaat.
Na de vuurwerkramp in Enschede is een zeker reinigingsproces met betrekking tot vuurwerk wel op zijn plaats. Regels waren er allang, maar een gecoördineerd beleid en een goede handhaving en controle ontbrak het.
Op een zonovergoten 15 mei trokken ongeveer 300 theatertechnici, medewerkers van architectenbureaus, adviseurs, concurrenten, theaterdirecties, gemeentefunctionarissen et cetera op pad richting Heeze.
Lezers van Zichtlijnen kennen Michiel van der Zijde als iemand die met kennis en gezag over theaterlicht schrijft. Maar ook voor hem is er ooit een tijd geweest waarin hij niet veel meer wist dan dat je een stekker in een stopcontact moest doen om een lamp te laten branden.
Symposium automatisering van toneelhijsinstallaties
Showcontrol in attractiepark de Efteling
Bij de buiging aan het eind van de dansvoorstelling Pôles staan er aanvankelijk twee mannen. Pierre-Paul Savoie en Jeff Hall van de Canadese groep PPS Dance hebben samen de choreografie gemaakt die ze ook met z’n tweeën opvoeren. Bij de tweede buiging, waar het luid applaudisserende publiek bij deze succesvolle productie steevast om zal vragen, staan vier mannen op het toneel.
Met de regelmaat van de klok komt het weer ter sprake. Het heeft bijna iets geheimzinnigs: 'Heb jij er al eens mee gewerkt?' Velen hebben er ideeën over, sommigen praten er liever niet over. Er zijn zelfs enthousiastelingen die al preteneren een goed werkend systeem te hebben ontwikkeld.
Veiligheidsaspecten van showcontrol Showcontrolsystemen hebben net als alle vormen van automatisering een grote aantrekkingskracht: het lijkt alsof er veel meer mogelijk wordt terwijl de hoeveelheid werk afneemt. Toch moet men zich door dit soort innovaties niet laten verblinden.
The last PQ of this century offered a forum to the forty-seven countries participating in the exhibition of stage and costume design and the exhibition of theatre architecture, as well as those taking part in the presentation of the various schools.
Over synchroniteit, asynchroniteit en de menselijke factor
Showcontrol als geautomatiseerde stage-manager
Hoewel menigeen beweert dat onze samenleving alsmaar gewelddadiger wordt zijn er toch maar weinig mensen die echt verstand hebben van wapens.
Other Topics of Interest… Meetings of the OISTAT Commissions
De werkgroep Historie & Theorie van OISTAT-Nederland is voornemens om in 1998 een bijeenkomst te beleggen met theaterarchitecten, theaterconsulenten, theaterdirecteuren, decorontwerpers, regisseurs en theatertechnici, met als thema: van bouwput tot voorstelling.
Het artikel over de verbeteringen aan de PAR leverde nogal wat reacties op. Enkele van deze reacties zijn het vermelden waard.
Het komt me allemaal erg bekend voor. In de jaren tachtig namen belichtingsbedrijven afstand van analoge besturingssystemen met één ader per kanaal en omarmden allerlei meervoudige communicatieprotocollen om de grote hoeveelheden gegevens door te geven die nodig waren om systemen met een dimmer per circuit en de vroege generaties bewegend licht aan te sturen.
Mark Reaney heeft als studieproject aan de universiteit van Kansas een virtual reality-project gerealiseerd. Met redelijk betaalbare middelen, simpele computersystemen, wat gratis software en een script uit 1920 (The adding machine van Elmer Rice), is een voorstelling tot stand gekomen waarin zowel het decor als het acteren gedeeltelijk virtueel waren. Een verslag hiervan is verschenen in Theatre Design & Technology1. Roy Schilderman, die zelf veel met digitale videotechniek werkt, gaat naar aanleiding van dat artikel in dop de mogelijkheden van virtual reality in het theater. Hij sprak ook met Judith van Wessel, die een week lang de voorstelling van Reaney ter plaatse heeft geanalyseerd. Zij kon informatie geven over de technische realisatie, over de speltechniek en de beleving van de toeschouwer. Het vakjargon wordt in een lijst aan het einde van het artikel verklaard.
Virtueel
Virtual reality binnen het theater betekent, technisch gezien, dat je dingen laat zien op plaatsen waar ze zich op dat moment niet werkelijk bevinden, in een vorm die ze in werkelijkheid niet hebben. Om door middel van een voorbeeld duidelijk te maken wat virtual reality (VR) is, ga ik er vanuit dat de voorstelling zich ‘gewoon ouderwets’ in het theatergebouw zelf afspeelt. Misschien is het principe van VR het best uit te leggen aan de hand van een vergelijking met een lenzenstelsel: er is sprake van een origineel, een beeld en iets wat daartussen zit: de lens. Bij VR is dat niet anders. Het origineel kan een structuur zijn van acteurs, een chroma-key studio, bestaand beeldmateriaal zoals dia’s en video- of filmanimaties, echte stukken decor, enzovoort. De ‘lens’ bestaat uit een aantal computers die, bijvoorbeeld gestuurd door een motion capture systeem al of niet real-time, twee- of driedimensionale animaties staan te renderen. Aan de computers kunnen film- of videoprojectoren gekoppeld worden die de beelden op op- of doorzichtschermen projecteren. Ook de operators, de regisseur, de gebruikte software, enzovoort behoren tot de ‘lens’. En het beeld? Tja, in wezen is dat nog steeds datgene wat je ziet als je in de zaal zit. Het ‘theater’, het ‘interactieve’, vindt plaats tussen acteurs die reëel aanwezig zijn en de operators die achter de coulissen real-time camera’s en beeldverwerkende computers sturen.
The Adding Machine
Reaney’s uitvoering van Elmer Rice’s The adding machine is meer een natuurlijk vervolg op het gebruik van virtuele decors, dan het gevolg van de wens om binnen toneel virtual reality te gebruiken als onderdeel van zowel spel als decor1,2. Reaney is ooit begonnen met het visualiseren van door hem bedachte decors door ze als driedimensionale tekeningen in de computer in te voeren. Met behulp van Nintendo data gloves en head mounted displays kon hij real-time door de decors bewegen: zo kon hij bijzonder goed met anderen een voorstelling ontwerpen. De gebruikte animaties en virtuele decors bleken zo goed te werken bij het communiceren, dat hij zich op een gegeven moment afvroeg of hij nog wel een echt decor moest bouwen.
Reaney gebruikte in The Adding Machine slechts een handvol acteurs, die zich zowel op als achter het toneel konden begeven, een aantal poppen in een chroma-key opstelling om extra personages te creëren, een camera in de zaal, een aantal camera’s achter de coulissen, en een aantal vooraf gerenderde videoanimaties.
Met deze elementen werden de originele beelden gecreëerd, die vervolgens in een studio-opstelling bewerkt werden (misschien moet je bij VR in het algemeen, en bij deze set zeker, wel van transformeren spreken). Hierbij werd gebruik gemaakt van beeldmixers, een videorecorder, een (Power)Macintosh-netwerkje waarachter de operators voor het licht, het geluid, de titels en de animaties zaten en – misschien wel het belangrijkste element een PowerMac waarmee real-time animaties gerenderd werden van bewegingen door een virtueel decor. Het bijzondere daarbij was dat het decor gerenderd werd in het softwarepakket Walk Through Pro: een van de Virtus Corporation geleende bètaversie (testversie) van een nieuwe generatie van dit pakket kon die rendering stereografisch uitvoeren. Deze stereografische animatie werd door twee gekoppelde beeldmixers samengevoegd met andere beelden (van de camera’s bijvoorbeeld) en naar twee LCD-projectoren gestuurd.
LCD-projectoren geven gepolariseerd licht af. Gepolariseerde beelden worden onzichtbaar als ze bekeken worden door een polaroidlens die een richting heeft die haaks staat op die van het licht. Hiervan werd gebruik gemaakt om driedimensionale beelden te creëren: die polarisatie van de projector die het beeld projecteerde dat bestemd was voor het linker oog werd door middel van een halve golflengtefilter 90° gedraaid ten opzichte van het beeld dat bestemd was voor het rechter oog. De beelden werden daarna samengevoegd op een (doorzicht)scherm. Het publiek droeg een brilletje met twee verschillend georiënteerde polaroidglazen, zodat het de animaties in drie dimensies kon zien. De beelden die niet stereografisch gecreëerd waren, leken iets op het doorzichtscherm te drijven. Naast dit videoprojectiescherm werden drie dimensionele dia’s geprojecteerd; dit was vooral bedoeld om het gevoel ín beeld te zitten, te vergroten.
Wat het publiek te zien kreeg was dus een mix van reële beelden van spelende acteurs, wat niet te verbergen delen van de techniek, en transformaties van deze en andere reële beelden. Hiermee werd een virtuele omgeving, een virtual reality gevormd.
Verschillende lagen
Judith van Wessel liep een week lang met de voorstelling mee. Zij studeert Theaterwetenschappen in Amsterdam en is goed op de hoogte van wat er op dit moment gaande is binnen de virtual reality en het gebruik daarvan in theater. Wat daar het meest opviel is dat effecten die banaal kunnen zijn binnen conventioneel theater (of op televisie) zeer verrassend kunnen zijn in een dergelijke virtual reality set. Dit komt doordat er veel lagen techniek gebruikt worden: het beeld waar naar gekeken wordt, komt daardoor in bepaalde mate synthetisch over. Conventionele (spel- en toneel-) elementen die in de eerste laag toegevoegd worden, veranderen nauwelijks en vormen daardoor een groot contrast met de rest van het (synthetische) beeld.
Judith vond de driedimensionale beelden niet echt sterk driedimensionaal. Dit was onder andere te wijten aan het feit dat de LCD-projectoren te dicht bij het scherm stonden: hierdoor was een duidelijke lichte vlek in het midden van het scherm te zien, wat perceptie van de 3D-projectie niet ten goede kwam. Bovendien was de PowerMac waar het 3D-decor op gerenderd werd niet krachtig genoeg. In eerste instantie had Reaney prachtige decors in de computer geconstrueerd. Het maken van real-time bewegingendoor dit decor leverde (‘mono’ gerenderd en weergegeven op een beeldscherm) veel gelikter uitziende animaties op. Op het moment dat de beelden stereografische weergegeven worden, bleek de snelheid van de computer onvoldoende, en moest, vanwege de noodzaak van real-time bewegingen in deze interactieve performance, het detail gereduceerd worden. Ook liep de snelheid van de animaties terug naar minder dan 25 beeldjes per seconde, waardoor het beeld schokkerig werd.
Judith van Wessel gaf mij een (mono) demonstratie van het pakket op een wat ouder Macje (natuurlijk was dit in het geheel niet real-time, maar het gaf een vrij goede impressie van wat een toeschouwer tijdens die voorstelling aan beeldmateriaal voorgeschoteld kreeg). De software had onder andere geen clipping ingebouwd: hierdoor is het pakket onnodig traag. (Clipping houdt in dat wat buiten het beeld van ‘de camera’ valt, niet gerenderd wordt.) Ook krijg je niet meer detail te zien als je dichter naar een object beweegt: de computer vergroot slechts zijn beeldelementen, waardoor er bij inzoomen een beeld met slechts een handvol pixels overblijft. Het lijkt een beetje op het spelletje Doom. Wellicht is de detaillering in te stellen, en is het wél in de rendering mee te nemen op een snelle PowerMac, maar vooralsnog zag het er slechter uit dan wat ik bij collega-Amigagebruikers zo’n vijf jaar geleden zag. De vraag is ook of Walk Through Pro al native op de PowerMac draait, of het inderdaad op de Risc-processor draait, en niet op een door de Risc geëmuleerde 68040-architectuur.
Experiment
De vraag is natuurlijk of er wat over de kwaliteit van Reaney’s productie te zeggen valt. Aangezien ik het stuk niet zelf heb gezien, en ik maar al te goed weet wat een dergelijke experimentele performance qua techniek en productie inhoudt, wil ik mij tot het bovenstaande (technische) oordeel beperken. Verder denk ik dat Reaney’s ervaringen met The adding machine ook de ervaringen zullen zijn van ieder ander die een eerste experiment met virtueel theater aangaat.
In zijn experiment waren de werkomstandigheden niet ideaal: het stuk werd toneel op toneel gespeeld, waardoor er nauwelijks ruimte was om flink met de opstelling van de apparatuur te experimenteren, een gedeelte van de apparatuur kwam slechts een maand vooraf beschikbaar, in de zaal werden nog colleges gegeven et cetera. Er ont stond zo een zowel voor het spel als de techniek zeer experimentele situatie, waarin compleet op de inventiviteit en het doorzettingsvermogen van de technici, de acteurs en de productiemedewerkers vertrouwd moest worden. Wanneer de ontwerpers en de regisseur het idee kregen om ook maar het kleinste beetje virtual reality in te zetten in het toneelstuk of het decor, moest dat onmiddellijk bij de VR-operators neergelegd worden: om te implementeren, om te testen en om te laten keuren. Conventionele decors geven vaak al problemen genoeg: en hout dat staal is gewoon in standaardmaten verkrijgbaar. Reaney begon met mooie gelikte computerdecors, met veel detail. Maar toen alle computers eenmaal aan elkaar geknoopt zaten en er acteurs gingen meespelen werden de animaties te traag en moest de beeldkwaliteit sterk gereduceerd worden.
De beeldkwaliteit van het virtuele decor hoeft op zich niet perfect te zijn, suggestie blijft een belangrijk element binnen theater. De kracht van een VR-experiment is de koppeling van interactiviteit, virtueel decor en de andere elementen.
In een volgend artikel ga ik in op andere vormen van virtual reality en andere, reeds uitgevoerde virtuele decors.
Reacties kunt u sturen naar Roy Schilderman via email fimage@xs4all.nl, of naar Judith van Wessel via email: judith.van.wessel@let.uva.nl.
Schriftelijke reacties of reacties per fax kunnen naar de redactie van Zichtlijnen gestuurd worden.
Woordenlijst
Enige verklaring van een aantal gebruikte woorden lijkt op zijn plaats. Daarnaast som ik hier een aantal elementen op die binnen virtual reality – en in sommige huiskamers – al vrij gewoon zijn.
Renderen: de transformatie maken van een in de computer gedefinieerde omgeving naar een visualisatie daarvan. Je kunt bijvoorbeeld een gebouw definiëren door het op te bouwen uit een aantal vlakken die je weer definieert als van steen, of van glas. Je ziet dan meestal een plaatje dat uit allemaal zwarte lijnen bestaat, die de contouren van al die objecten weergeven. De objecten worden niet ‘ingevuld’ met een structuur van bijvoorbeeld bakstenen of gladgelakt hout omdat dat tijdens het ontwerpen of invoeren van zo’n omgeving de computer veel te traag zou maken. Onze hersens zijn echter slecht in staat om dergelijke omgevingen te beoordelen op bijvoorbeeld zichtlijnen, kleurcombinaties, lichtval, noem maar op. Als hulpmiddel berekent de computer dan een aanzicht van deze omgeving vanuit een door de gebruiker gekozen camerastandpunt. Deze rekenoperatie wordt rendering genoemd. Bij animaties kun je bijvoorbeeld een camerabeweging invoeren en vervolgens voor ieder nieuw camerastandpunt de omgeving laten renderen. Wanneer alle gerenderde plaatjes na elkaar afgespeeld worden ontstaat en ‘filmpje’, een animatie.
Motion tracking: systemen die registreren welke beweging op welke plaats, bijvoorbeeld door een menselijk lichaam, gemaakt wordt. Deze bewegingsgegevens kunnen gekoppeld worden aan in de computer gedefinieerde 3D-structuren zoals een stripfiguur, of een 3D-scan van een heel ander persoon. Als de computer krachtig genoeg is kan dit real-time verwerkt worden tot een animatie.
Virtual reality begint natuurlijk bij Nintendo, Sega en al die andere computerspelletjes die momenteel op de markt zijn. Bewegingen zijn op deze apparaten tegenwoordig redelijk real-time: het beeld verandert vrijwel direct met de beweging van de speler (de vertraging is slechts enkele frames, tienden van een seconde) en veel beelden worden gegenereerd met 25 frames per seconde, zoals gewone televisiebeelden er uitzien.
Data gloves: een soort poolwanten vol met sensoren, die de computer informeren over de bewegingen die een speler maakt. Zijn bewegingen sturen de computer, die een beeld van een scène genereert.
3D-muizen: eigenlijk net als gewone muizen, maar dan met een extra vrijheidsgraad om ook in de diepte van een 3D-decor te kunnen bewegen.
Head mounted displays (HMD’s): dit zijn een soort fietshelmpjes met voor ieder oog een LCD-monitor. Ieder oog krijgt een apart beeld te zien, zodat stereografische projectie mogelijk wordt. Wellicht is deze vorm van VR het best bekend. In het theater heeft dit wellicht als nadeel dat je in je eigen helmpje naar tv zit te kijken, in plaats van met een zaal vol mensen naar een toneel. Een oplossing voor dit probleem wordt misschien geboden door gebruik te maken van halfdoorlatende displays, zodat je zowel de video als de reële omgeving ziet.
Polaroidbrillen: Polaroidglazen hebben net als LCD-projectoren de eigenschap het licht wat er doorheen golft te polariseren. Zo kun je met behulp van twee verschillende videobronnen, twee LCD-projectoren, een halve golflengte filter dat de polarisatierichting van één van de lichtbundels 90° verdraait en twee polaroidfilters die ook 90° gedraaid zijn ten opzichte van elkaar, het ene oog het ene videobeeld aanbieden en het andere oog het andere.
Shutter brillen: de werking van deze bril is gebaseerd op het feit dat een videobeeld bestaat uit een serie frames (bij ons in Nederland zijn dat er 25 per seconde), die op hun beurt weer opgebouwd zijn uit twee fields, die in tijd na elkaar weergegeven worden. Het eerste field bevat de oneven beeldlijnen, en het tweede field bevat de even beeldlijnen. Door gebruik te maken van fieldrendering (de twee fields van een frame worden dan steeds apart behandeld) en het ene oog het ene field aan te bieden en het andere oog het andere field, kun je ook stereografische projecties realiseren. Om er voor te zorgen dat inderdaad het juiste oog het juiste field ziet, wordt gebruik gemaakt van LCD-schermpjes, waarbij een link tussen shutterbril en computer ervoor zorgt dat steeds maar een van de LCD’s doorlatend is. Met de huidige 100 Hz technieken levert dit een behoorlijk stabiel beeld op. Deze techniek is ook zeer goed toepasbaar om een 3D-still met een computermonitor weer te geven.
Roy Schilderman is een freelance technicus, gespecialiseerd in videotechniek en rigging equipment.
1 Mark Reaney: ‘Theatre of virtual reality’ Theater Design & Technology, winter 1996, vol. 32, United States Institute for Theatre Technology, Inc.
2 Judith van Wessel: ‘Virtual reality en drama’ Theater & Educatie, tijdschrift voor drama, augustus 1995, Beroepsvereniging dramadocenten.
In het volgende nummer van Zichtlijnen gaat een driedelige serie over normering en benaming van trekkenwanden van start. Om tot overeenstemming over de normen voor de installaties en het gebruik ervan te komen, willen de schrijvers van die reeks graag inventariseren hoe de trekkenwanden in de praktijk gebruikt worden. Wij doen daarom een oproep aan iedereen die een trekkenwand in huis heeft om de enquête in te vullen en op te sturen.
In het vorige nummer van Zichtlijnen (41, juni 1995) is bij het artikel ‘Geautomatiseerd licht, de stand van zaken’ van Michiel van der Zijde een afbeelding van de VL5 geplaatst, niet van de VL6.
Tijdens de vakbeurs Pro Audicom, die van 1 tot en met 4 september wordt gehouden in de Jaarbeurs Utrecht, worden in de congreszaal Irene twee seminars georganiseerd die van belang zij voor geluidstechnici in het theater.
Op maandag 4 september van 10.30 uur tot 12.30 uur wordt een seminar gewijd aan akoestiek, stereo en ruimtelijkheid (stereo via grote geluidsinstallaties in het theater). Sprekers zijn Rinus Boone (TU Delft), Jos Mulder en Edwin Verheijen (TU Delft). In het tweede seminar, dat eveneens op maandag 4 september gehouden wordt, maar dan van 16.00 – 18.00 uur, wordt aandacht besteed aan zaalversterking: meten is weten (drie manieren om een complexe geluidsinstallatie in te regelen). Sprekers op dit seminar zijn Ben Kok (Prinssen & Bus), Jim Cousins (Radio Europa) en Frans Ockeloen.
Beide seminars worden voorgezeten door Cees Wagenaar.
Voor meer informatie: Music & Harmony BV fax 035-219840.
Aangestoken door de hele hype rond het internet, heb ik een half jaar geleden een toegangsabonnement genomen om eens te kijken wat het allemaal om het lijf heeft, en vooral wat er op het gebied van theatertechniek te beleven valt.
Handleiding
Nu had ik al enige ervaring met modems en computercommunicatie via de telefoon, maar mijn vermoeden dat ik er zonder hulp niet makkelijk uit zou komen bleek helaas te kloppen.
Gek geworden door de terminologie (zoals PPP, TCP, FTP, UUCP, SLIP, WWW, URL en zo zijn er nog tientallen) besloot ik een boek te kopen en eerst eens rustig het een en ander door te lezen. (Een hele opgave voor iemand die gewend is handleidingen weg te flikkeren door klooien uit te vinden hoe iets werkt.)
Mijn grootste probleem was eigenlijk dat de provider (kom ik later op terug) XS4ALL, bij wie ik een account (internettiaans voor abonnement) heb indertijd blijkbaar geen idee had dat er zo iets als een Macintosh-computer bestond, en dat hij me dus ook niet aan software of informatie kon helpen. (Dit is inmiddels geheel veranderd en de ondersteuning is nu prima.) Doordat het internet het laatste half jaar zo ontzettend sterk gegroeid is, is een aansluiting tegenwoordig echter een stuk makkelijker te realiseren. De meeste providers leveren startpakketten met de software die je nodig hebt om zo snel mogelijk on line (= aangesloten) te kunnen zijn. De aanschaf van een goed boek is wel nog steeds van cruciaal belang om door te krijgen wat nou echt de mogelijkheden zijn (de hulp van een geduldige cyberjunk (= internetverslaafde) kan ook heel handig zijn.
Provider en account
Voor mensen die het internet alleen van horen zeggen kennen volgt nu een beknopte uitleg, daarna volgen mijn ervaringen met theater(techniek) op het net.
Er is al zoveel geschreven over het internet dat iedereen nu wel weet dat het hier gaat over een wereldwijd netwerk van miljoenen computers die via vaste of telefoonverbindingen met elkaar kunnen communiceren. Om met je computer thuis via de telefoon aansluiting te kunnen krijgen moet je een account openen bij een zogenaamde internet provider. Dit is een bedrijf dat over een of meer vaste verbindingen met het net beschikt, en jou via een modem toegang kan verschaffen tot deze vaste verbinding. Hiervoor heb je thuis alleen een modem en een zooitje software nodig; een account houdt in dat je van je provider een internetadres en een password (= wachtwoord) krijgt. Aan dit password kan de computer van de provider je herkennen als je opbelt, en via het adres weten andere gebruikers van het net waar je te bereiken bent. De kosten van dit alles beperken zich tot accountkosten (± f. 30,- per maand) en de kosten van het telefoneren naar de provider. (Als je dus een provider in de buurt kiest, bel je tegen lokaal tarief.)
Post
Goed, na wat gepiel ben je online zoals dat heet, wat nu? Om te beginnen kan je iemand E-mail (= elektronische post) sturen. Dit doe je met E-mail software: je typt een berichtje, geeft aan naar welk adres het moet (mijn adres is bijvoorbeeld sierk@xs4all.nl) en klikt (Mac en Windows) met de muis op send. De software stuurt nu het bericht naar de computer van de provider van de geadresseerde, waar het opgeslagen word in de mailbox (= postbus) totdat deze geadresseerde weer een opbelt (inlogt) om te kijken of er post voor hem/haar is. Met E-mail is het ook mogelijk elkaar files of programma’s te sturen.
De meeste communicatie op het net loopt via zogenaamde newsgroups en mailservers.
Een newsgroup is een verzameling vragen, antwoorden en berichten over een specifiek onderwerp, die verzameld worden in de computer van een provider en die je met speciale news-software kan lezen, en waar je een bericht, vraag of antwoord aan kan toevoegen. Er zijn momenteel newsgroups over zo’n 5000 verschillende onderwerpen (van “how to destroy the world” tot bonsai-boompjes). Een andere manier waarop veel van deze discussiegroepen werken is met behulp van een zogenaamde mailserver. Dat is een computer die alle berichten over een bepaald onderwerp, als je daar om vraagt, direct naar jouw mailbox stuurt. Dat doe je door een computer een E-mail te sturen met het verzoek je op de mailinglist (= verzendlijst) van het betreffende onderwerp te zetten. Jouw reacties kun je als E-mail opsturen naar het adres van de newsgroup. Een nadeel van mailservers is dat je mailbox – wanneer je hem een tijdje niet leegt – bomvol zit met berichten van over de hele wereld, die je misschien niet allemaal interesseren.
Voor het ophalen van files of software van andere computers maak je gebruik van het FTP (File Transfer Protocol) en van software die het data-transport voor je regelt. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in te loggen in de computer van de fabrikant van jouw favoriete software, om zo de nieuwste updates (= bijgewerkte versies van de programmatuur) op te halen.
De chaotische structuur van het net vormt vaak een probleem bij het zoeken naar informatie. Hier zijn in de loop der tijd meerdere oplossingen voor bedacht (Gopher & Veronica, Archi, WAIS; men noemt ze search engines, zoekmachines), maar vaak is het zoeken naar informatie nog steeds een hele opgave. Voor een echte uitleg van dit geheel is Zichtlijnen veel te dun.
World Wide Web
Het nieuwste fenomeen op het net is het World Wide Web, oftewel WWW. Waarschijnlijk is dit web verantwoordelijk voor de spectaculaire groei van het aantal aansluitingen. WWW verschaft een zeer simpele en interactieve manier van navigeren op het net, met behulp van hypertext.
Hypertext is een manier om een elektronische pagina op te maken, zodat je door met de muis woorden of plaatjes in de tekst aan te klikken de software verschillende opdrachten kan laten uitvoeren. Als je via het WWW inlogt in een computer verschijnt er op je beeldscherm een in hypertext opgemaakte pagina, de zogenaamde homepage.
Door in deze pagina woorden of plaatjes aan te klikken kun je naar de verschillende rubrieken in deze computer springen, files en software downloaden (= naar je eigen computer kopiëren) of zelfs inloggen in een andere computer ergens anders op het net. Vaak spring je zo van computer naar computer, en van land naar land zonder dat echt in de gaten te hebben. Dit noemen de internetfreaks Cyberspace.
De adressering van computers op het WWW gaat met behulp van URL’s (Uniform Resource Locator). Het WWW vereist een speciaal software pakket, een WWW browser, waarmee je na het opgeven van een URL, in cyberspace kan netsurfen. Op een gegeven moment word je krankjorum van die hele internet-terminologie, maar als je je daar een beetje overheen zet is het internet, vind ik, een zeer interessant communicatiemiddel.
Theatertechniek op het internet
Na deze zeer summiere uitleg (als dit de eerste keer is dat je wat over het net lees snap je er waarschijnlijk helemaal niks meer van) antwoord op de vraag: hoe zit het met theatertechniek op het net?
Ter voorbereiding van dit artikel heb ik de fout gemaakt een vraag te stellen via een aantal newsgroups, en hierbij niet te vertellen dat het om de technische kant van het theater ging, met als gevolg dat ik overstelpt werd met tips, E-mailadressen en URL’s over theater(s) in het algemeen (alle teksten van Shakespeare, het totaal aantal bezoekers van een theater in Houston of foto’s van de cast van Les Miserables op Broadway, enzovoort). Na wat schiften, proberen en genetsurf heb ik het een en ander aan newsgroups, WWW, FTP en Gopher sites overgehouden die me voor ons vakgebied wel interessant leken.
Om te beginnen zijn er natuurlijk de twee newsgroups:
Hoewel de meeste informatie wel op Amerika gericht is, kun je hier terecht voor zo’n beetje alle vragen en antwoorden op theatertechnisch gebied. Er zijn gespecialiseerde groups voor:
Ook is er een aantal bruikbare mailinglists aanwezig. Het abonneren op een mailinglist is een verhaal apart; je stuurt hiervoor een E-mail met als boodschap subscribe naar het adres van de mailserver-computer. Dit is echter een ander adres dan het geen waar je een eventuele bijdrage aan de mailinglist naartoe moet sturen, comprendo? Nou ik eerst ook helemaal nada niets, maar dat gaat vanzelf over. Als je je door het hoofdstuk over dit onderwerp (in het boek dat je nu gaat kopen) hebt geworsteld kun je deze adressen proberen. De eerste naam is van de mailinglist, daarachter staat (tussen haakjes) de naam van de server.
Ik ben alleen geabonneerd op de stagecraft mailinglist, en die stuurt mij elke dag een of twee keer een zogenaamde digest (= overzicht) van alle berichten die naar de list gestuurd zijn. De onderwerpen zijn over het algemeen interessant, maar ook vaak hetzelfde als die in de newsgroups.
Op het gebied van FTP en Gopher (dit zijn twee manieren om files of software van een andere computer binnen te halen) ben ik niet veel tegengekomen.
Het bovenstaande geldt nog veel erger voor de WWW pagina’s, deze maken het internet een klein beetje verslavend. Ik zal er een aantal opnoemen en dan zul je ontdekken dat het moeilijk is er meer over te vertellen dan dat iedere pagina een ongelofelijke hoeveelheid mogelijkheden biedt om verder te zoeken, maar dat de hoeveelheid theatertechnische informatie op het WW eigenlijk vrij klein is.
Bruikbare informatie
Al deze (en nog meer) WWW pagina’s verwijzen naar bergen informatie, als je echter specifiek naar bruikbare antwoorden, oplossing, documentatie en dergelijke op theatertechnisch gebied zoekt, moet je je – vind ik – op dit moment eigenlijk nog beperken tot de paar relevante newsgroups en de E-mail. Dat is voor een nieuwe informatiebron in ons vakgebied natuurlijk al heel wat, en als je nagaat dat je met technici vanuit de hele wereld kennis kunt uitwisselen, dat je daardoor op nieuwe ideeën komt, of niet nog een keer het wiel hoeft uit te vinden, heeft het internet wat mij betreft zeker nut. (Maar ik moet toegeven dat ik ook wel een beetje computerverslaafd ben, en graag op knopjes druk. Toen ik aan dit artikel begon was ik op reis en was mijn notebookje (= schootcomputer) stuk. Ik heb het eerste stuk met de hand geschreven – wat een schok was dat.)
Als laatste nog even iets over E-mail. Ieder zichzelf respecterend bedrijf heeft tegenwoordig een E-mail adres, op Internet, op Compuserve of AOL. (Twee andere grote netwerken). Het is geen probleem om post van het ene naar het andere netwerk te sturen, zodoende is iedereen die een E-mail adres heeft via het internet te bereiken. De reden dat ik hier geen enkel adres genoemd heb is dat vooral Amerikaanse bedrijven allemáál een aansluiting hebben en de lijst dus ontzettend lang zou worden. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om op beurzen en dergelijke altijd het E-mail adres van een standhouder te vragen, omdat ik ontdekt heb dat informatie en service op die manier veel sneller verstrekt worden dan per telefoon of fax.
Als je opmerkingen of tips hebt over deze materie hoor ik graag van je – sierk@xs4all.nl.
Rinus Bakker, technisch directeur van Rhino Rigs BV, verbaast zich al enige tijd over de weinig structurele manier waarop er in ons land wordt omgegaan met technische beschouwingen en documentatie waar het theaterinstallaties betreft. In onderstaand artikel hoopt hij zelf een bijdrage te kunnen leveren aan de verbetering van informatie-uitwisseling op dit gebied.
In de periode van 23-27 augustus organiseert de faculteit Muziek en Theater van de Koninklijke Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Theater in Den Haag voor de vijfde maal een zomercursus zaalversterking.
Hoewel er reeds een aantal inschrijvingen binnen is voor de zevende bijscholingscursus, blijkt de groep technici van gezelschappen niet optimaal vertegenwoordigd te zijn.
Is de Nederlandse theatertechnicus goed op de hoogte of maken gezelschappen en gemakzucht hem of haar steeds minder slim? Steeds vaker moet ik constateren dat gezelschappen in Nederland, maar ook in het buitenland, bezig zijn de technische kennis in theaters te verkleinen.
Met glasvezel versterkt kunststof, ook wel GRP (Glass Reinforced Plastic) genoemd, wordt ook in het theater veelvuldig gebruikt. Begrijpelijk want het materiaal is sterk en toch licht van gewicht. Bovendien kent het een aantrekkelijke duurzaamheid en is het bestand tegen water. Met de introductie van een nieuwe technologie die het product ‘poliflexol’ oplevert lijkt de glasvezelindustrie een andere weg te zijn ingeslagen, een weg die consument en milieu ten goede kan komen.
In het Appeltheater in Den Haag draait momenteel de voorstelling Trilogie van het zomerverblijf van Erik Vos, naar een drietal met elkaar samenhangende toneelstukken van de 18e-eeuwse Italiaanse schrijver Carlos Goldoni.
Dit artikel, oorspronkelijk een voordracht gehouden naar aanleiding van de Showtech ’92 in Berlijn, wil een nieuwe vorm van aandrijftechniek nader toelichten, namelijk de elektromagnetische aandrijving waarbij microcomputers ingezet worden bij de sturing.
Het bestuur van de Vereniging voor Podiumtechnologie nodigt u uit, in overleg met de directie van het Theater aan het Spui, voor een bezoek aan dit theater, ontworpen door Herman Herzberger en voorzien van een zwarte doos. Voor de diverse disciplines binnen onze vereniging een object dat mogelijk discussies oproept.
Het rapport waarmee het onderzoek naar de geschiedenis van de theatertechniek en de eventuele mogelijkheden voor een museum, waarover al eerder in Zichtlijnen werd geschreven, werd afgesloten, is sinds kort openbaar.
Geachte redactie, c.q. commissie, Naar aanleiding van de aanbevelingen veiligheidsvoorschriften (Zichtlijnen 25, oktober 1992) heb ik enige op- en aanmerkingen. Er wordt geschreven dat de aanbevelingen overgenomen zijn uit Duitsland en aangepast zijn aan de Nederlandse situatie.
Veelvuldig bereikt ons het verzoek voor mogelijkheden tot bijscholing. Niet alleen van het totale pakket zoals opgenomen binnen de bijscholingscursus, maar juist op deelgebieden.
De USITT (de Amerikaanse zusterorganisatie van de Vereniging voor Podiumtechnologie) heeft in 1988 een gids uitgegeven met korte beschrijvingen van computerprogramma’s die te gebruiken zijn voor theatertechnische toepassingen.
In studio’s, theaters en disco’s is de belichting uiterst belangrijk. Sommige speciale effecten zijn slechts met speciale belichtingssystemen te bereiken.
Michel van Reyn maakte van 6 september tot 31 december 1989 een studiereis door de Verenigde Staten. Hij liep stage bij een aantal lichtontwerpers en trachtte in de korte tijd die hem ter beschikking stond zo veel mogelijk kennis op te doen van de Amerikaanse werkwijze op het gebied van het lichtontwerpen.
Ook in Nederland zijn er instellingen actief op het gebied van automatisering voor theaters en gezelschappen. Een van die instellingen is de Stichting Kunt in Computers (KIC).
Bovenstaande overweging blijkt weer actueel te worden gezien de reacties op het artikel van Jan Kramer in Zichtlijn 10 over de nieuwbouw aan het Vrijthof in Maastricht.
Het belichtershandboek staat nu al drie jaar op stapel en nog steeds worden we geconfronteerd met problemen waardoor publicatie moet worden uitgesteld. Alles leek er een half jaar geleden op, dat we op de komende ledenvergadering in september het boek aan de leden zouden kunnen aanbieden.
Nieuwe dimmerkasten van Strand Lighting
Op de lichtdag in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag op 4 mei j.l. werd naast het hoofprogramma getracht aan te tonen, dat het lichtrendement van nieuwe schijnwerpers, en dan vooral profielschijnwerpers, verhoogd kan worden door ze op een bepaalde manier in gebruik te nemen.
In het tijdschrift van de BASTT, Aktualiteiten, troffen we in de rubriek Ideeënbus het onderstaande artikel aan, dat nauw aansluit bij eerdere artikelen in Zichtlijn (nr. 7 en nr. 8) over regen en andere watereffecten op het toneel. De oplossingen die de auteur, Jacques Berwouts, aandraagt leken ons ook voor de Nederlandse lezer de moeite waard.
Onderstaande brief is een reactie van A.J.G. Klomp op het artikel van Jan Kramer over het nieuwe theater in Zoetermeer (Zichtlijn 10).
Produkteninformatie: Rosco 4500 rookmachine
Uitstekend functionerende, 12 jaar oude JEZET-tribune, 200 zitplaatsen, inschuifbaar en verrijdbaar. Vraagprijs f. 19.500,-.
Binnen de theaterwereld zijn de vakken theatertechniek en belichting vast ingeburgerde begrippen. Het is volstrekt vanzelfsprekend dat in bouw- en repetitieschema’s van de meest uiteenlopende voorstellingen tijd is gereserveerd om te bouwen, decorchangementen te repeteren, het licht te stellen, standen te maken, noodzakelijke correcties uit te voeren en dergelijk.
Toneelgroep Amsterdam bracht op 4 april j.l. de première van Ballet. Dit is geen balletvoorstelling maar een toneelstuk, geregisseerd door Gerardjan Rijnders. Op het moment dat dit artikel geschreven wordt, woeden de repetities nog in volle hevigheid in de Stadsschouwburg in Amsterdam.
In de Stadsschouwburg is sinds enige tijd de mogelijkheid aanwezig de lichtregelaar af te koppelen en een toegang te maken naar de dimmers voor de lichtregelaar van een bezoekend gezelschap.
In Zichtlijn nr. 9 werd door de veiligheidscommissie aandacht besteed aan het fenomeen ‘kettingwerk’ (pag. 20-21). In vervolg hierop wordt in het onderstaande artikel nog iets verder uitgeweid over ‘touwwerk’.
Het bijschrift bij de foto in het artikel van de veiligheidscommissie over kettingwerk in het vorige nummer van Zichtlijn (pag. 20) is niet correct.
Allereerst nog een aanvulling op Deel 1 met betrekking tot het maken van de ‘geluidloze’ waterplas.
Onderstaand artikel is de eerste in een reeks over ‘geluid in de praktijk’ van de hand van Martijn Hasebos. Zoals de titel al aangeeft zal de aandacht niet uitgaan naar theoretische uiteenzettingen, maar eerder naar de geluidstechnicus zelf.
Onderstaand artikel is een bewerking van de lezing die Annette de Bock, medewerkster op het bureau van Hans Wolff & Partners, op Showlight ’89 hield. Vertaling Ed Beentjes.
De firma Stakebrand heeft een trek ontwikkeld die geschikt is om naar keuze van de gebruiker ingezet te worden als elektrische of handtrek. Joop Veerkamp probeerde bij Stakebrand wat meer aan de weet te komen.
In het eerste deel van dit artikel was de aandacht gericht op de evolutie van de kleurfiltertechnologie, van verleden tot toekomst. In het onderstaande deel worden o.a. de volgende vragen gesteld: Wat onderscheidt het ene merk kleurfilter van het andere? Wat zijn de verschillen in fabricage- en verftechnieken? Is veiligheid een belangrijke zaak? Wat is het verschil tussen hittestabiliteit en hittebestendigheid?
Het maken van speciale effecten leidt vaak tot ergernis maar ook soms tot een mooi resultaat, dankzij de vele pogingen die ondernomen worden. In dit artikel zullen we proberen uit te leggen hoe we regen redelijk natuurgetrouw na kunnen bootsen.
Onderstaand artikel is overgenomen uit Theatre Crafts, april 1989 en is van de hand van Michael S. Eddy. In de volgende Nieuwsbrief zal het tweede deel, ‘Plastic filters voorbij: een toekomstbeeld’ worden geplaatst.
Het probleem is bekend. Een theaterzaal waar men voordrachten en toneelvoorstellingen hoort, maar ook af en toe een concert, en waarschijnlijk zelfs een operette.
Het praktikabelblad heeft een lang, roemrijk, maar ook berucht verleden. Hoe lang al niet worden mensen toegesproken vanaf een verhoging?
In de Stadsschouwburg in Groningen zijn wat problemen met het gebruik van zendermicrofoons. Veel gezelschappen gebruiken die dingen. De frequenties die gebruikt worden variëren. Er is echter een band die in de Stadsschouwburg hier problemen geeft.
Een van de doelstellingen van de Dr. Anton Philipszaal, een onderdeel van het nieuwe Muziektheater in Den Haag, is de mogelijkheid te hebben de sfeer tijdens een muziekuitvoering met een passende belichting te accentueren.
In een van de vorige nieuwsbrieven hebben we u op de hoogte gesteld van het feit, dat er een korte geluidscursus gegeven zou worden onder auspiciën van de CAM, een zijtak van de onderwijsboom van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Door Hans Bus, theatertechnicus in Cultureel Centrum De Vest in Alkmaar, is een nieuwe filterhouder gemaakt voor de veelgebruikte halogeenbak ADB 1001.
Er zijn verschillende lampenfabrikanten die sinds kort een zeer interessante lamp op de markt hebben gebracht. Het betreft een 1200 W. H.M.I.-lamp in een Par 64 behuizing.
Niemand lacht alleen, Fons Jansen, Podium & Techniek, jaargang 1, nummer 6, december 1980
Strooilicht op het fond wegwerken. Blackwrap moet de oplossing brengen, maar dan moet het wel blijven zitten. Het Theater Ins Blau in Leiden is overgestapt op ledlicht.
’Een geschiedkundig pretpark’, zo mag je de Canon van Nederland in Arnhem best noemen. Mede dankzij de technici van Rapenburg Plaza ondergaan de bezoekers er een filmische interactieve beleving.
Hoe belicht je een stuk zonder decor? Voor Uit het leven van marionetten haalde Toneelgroep Amsterdam verschillende ledoplossingen uit de kast. “De subtiliteit die we zochten konden we niet met conventioneel licht bereiken.”
In dit achtste artikel in de serie over de truss, en het derde over het daarmee realiseren van staande overspanningen, aandacht voor een toepassing van truss die nog volop in ontwikkeling is: tijdelijk op te richten bouwconstructies in de open lucht, die geheel zijn opgebouwd uit truss en die een overspanning vormen boven een podium, speelvlak of expo-stand: de zogenaamde 'groundsupports'.
In dit tweede deel over staande overspanningen in de reeks over truss, aandacht voor een toepassing van truss die steeds vaker voorkomt: tijdelijk op te richten hefconstructies1 die zijn opgebouwd uit truss, en die een overspanning vormen boven een podium, speelvlak, expo-stand of iets dergelijks, de zogenaamde groundsupports.
In de vorige artikelen van deze reeks over de modulaire, koppelbare ruimtelijke vakwerkliggerconstructies van gelaste ronde aluminiumbuizen van 48-51mm is een aantal meer alledaagse zaken nog niet aan de orde gekomen. Waarop moet worden gelet voorafgaand aan elk gebruik? Waarop tijdens het gebruik? Waar letten we op bij de aanschaf? Waar gebruiken we welk type en hoe passen we het toe? Waarop letten we bij periodieke inspecties? Welke onderhoudsmaatregelen verbeteren veiligheid en efficiency?
Bedankt, binnen enkele minuten ontvangt je een e-mail van ons met daarin een persoonlijke link. Klik op de link om een nieuw wachtwoord op te geven.